Biografie

Opuslijst

Mignon

CD

Diverterend

 







  
GERARD KOCKELMANS

 

Het jubileumboek '75 Jaar Mignon in een eeuw Geleense mannenkoorzang' van de hand van Hans Korevaar en dat in de reeks 'Geleen door de eeuwen heen' als nummer 7 is uitgegeven, verhaalt uitvoerig over de tien jaar (1955 - 1965) die Gerard Kockelmans als dirigent aan het Geleens Mannenkoor Mignon verbonden is geweest.
Hier volgt  wat in dit boek over hem geschreven is.
1965

Het jaar waarin Gerard Kockelmans plotseling stierf, op 7 September, in de leeftijd van veertig jaar. Nog de avond van de zesde had hij met Mignon gerepeteerd in het Reüniegebouw, o.a. aan een werk waarvoor hij op 2 oktober daaropvolgend onderscheiden zou worden. In de nacht werd Kockelmans getroffen door een hartaanval en hij stierf enkele uren later. Alom heerste grote verslagenheid. Het gezin Kockelmans werd natuurlijk het zwaarst getroffen. Mevrouw Agnes Kockelmans-Wijffels bleef met zeven jonge kinderen achter. Overal in de Limburgse muziekwereld, maar ook elders in het land en daarbuiten, was men verbijsterd toen men het bericht hoorde. Hoewel nog jong, had Gerard Kockelmans als muziekpedagoog, dirigent en componist reeds veel naam gemaakt. Bovendien was hij een zeer aimabel en bescheiden mens, die ieders vertrouwen genoot. Op zijn persoon en zijn werk komen we in zijn biografie terug.


Op 10 September werd Kockelmans op de Begraafplaats Geleen-Zuid ter aarde besteld onder overweldigende belangstelling. Vanzelfsprekend was Mignon daarbij aanwezig; het liep in de rouwstoet voorop en zong aan het graf met genegen vaandel 'Beati Mortui' o.l.v. Jo Bruls, die tweede dirigent was. Op maandag 13 September herdacht Mignon zijn overleden dirigent op de plaats waar hij een week eerder nog had gestaan, in het Reüniegebouw. In een bewogen toespraak benadrukte voorzitter Zef Meerts dat Kockelmans niet alleen muziek aan zijn mensen overbracht, maar dat hij tevens een voorbeeld was van saamhorigheid en vriendschap. Toen Kockelmans in 1955 aantrad voor de eerste repetitie waren vijfentwintig zangers aanwezig, tegen nu meer dan honderd. "Mignon heeft alles aan hem te danken", besloot de voorzitter.
De herdenkingsavond had het karakter van een concert, want ook het Limburgs Saxofoon Kwartet, zangeres Edith Boesschoten en begeleidster Marie-Helène Habets leverden hun bijdragen.


Gerard Kockelmans ligt begraven op de begraafplaats in Geleen-Zuid. Op zijn graf staat een zuil met de tekst:                            
GERARD KOCKELMANS DIJNS GELIJCH NE VINDIC NEMMERMEER (in rondschrift)

1925 -1965 Limburgse Culturele Jongerenprijs
Op 15 mei werd bekend dat Gerard Kockelmans de Jongerenprijs 1965 van de Culturele Raad Limburg (Nederlands en Belgisch) kreeg toegekend voor zijn werken 'Music Hall' (1961) en 'Christus heri et hodie' (1965). De uitreiking van deze prijs zou postuum plaats vinden op 2 oktober in het Staargebouw te Maastricht door mr. R.G.A. Höppener, vice-voorzitter van het Anjerfonds Limburg. Mevrouw Kockelmans was op deze avond niet aanwezig, maar nam de prijs later op het gouvernement in ontvangst.
Na het voorlezen van het juryrapport en de postume toekenning van de prijs door de heer Goossens, zong Mignon o.l.v. Jo Bruls 'Laudi alla Vergine Maria' van Giuseppe Verdi, voor mannenkoor bewerkt door Gerard Kockelmans. Aan het programma na de pauze werkten naast Mignon weer mee het Limburgs Saxofoonkwartet en de pianistes Gerda en Marie-Helène Habets.

Gerardus Ignatius Hubertus Kockelmans

Geboren 5 mei 1925 te Meerssen, overleden 7 september 1965 te Beek.

Gerard Kockelmans kwam als jongen van vier jaar naar Geleen. Zijn vader, A.H. Kockelmans, werd in april 1929 aangesteld als hoofdonderwijzer aan de nieuwe Franciscusschool voor jongens aan de Kastanjelaan. In 1937 werd Kockelmans sr. hoofd van de Augustinusschool aan de Groenseykerstraat en in 1938 werd hij aangesteld als hoofd van de nieuwe R.K. ULO voor jongens St. Jan aan de Bernhardstraat. De eerste twee jaar was de school ondergebracht in het patronaat (Reüniegebouw). Het gezin Kockelmans telde zeven kinderen, waarvan Gerard het vijfde was, en heeft in de Lindenheuvelse periode gewoond aan de Rozenlaan en in de Azaleastraat. In 1937 verhuisde de familie naar Groenseykerstraat 32, de hoofdonderwijzerswoning naast de Augustinusschool. Ook toen Kockelmans sr. hoofd werd van ULO St. Jan, bleef het gezin daar wonen. Gerard was nog heel jong toen zijn moeder in 1931 stierf. Hij heeft haar nauwelijks gekend. De heer Kockelmans sr. (†20-11-1950) hertrouwde in 1932 met Maria Petronella Eummelen (*30-09-1895, †12-06-1961).

Gerard 2e van links met zijn broers en zussen.

De jongen Gerard Kockelmans
Gerard is nooit bij zijn vader op school geweest. Hij bezocht de St. Josephschool aan de Rozenlaan (Lindenheuvel), waar meester Charel Bergmans hoofd was. Gerard Kockelmans heeft in het befaamde knapenkoor van meester Bergmans solo gezongen. Te lang naar achteraf bleek, zijn stem werd er zodanig door bedorven, dat hij later als koordirigent nauwelijks nog iets kon voorzingen. Als jongen is Gerard lid geweest van zowel Harmonie St. Cecilia 1866 als Fanfare St. Augustinus, waar hij vele instrumenten leerde bespelen, o.a. klarinet en saxofoon.
Aan het Bisschoppelijk College in Sittard voltooide hij zijn HBS B-opleiding (1943). Om tewerkstelling in Duitsland te ontlopen werd hij chemisch analist op de Staatsmijn Maurits. Direct na de bevrijding van het zuidelijk deel van Nederland (september 1944) ging hij studeren aan het muzieklyceum te Maastricht, de voorloper van het huidige conservatorium. In juli 1948 deed hij met succes eindexamen MO A en B, met piano als hoofdvak.
In september daarop ging hij in militaire dienst en hij werd in maart 1949 als dienstplichtig militair naar Nederlands Indië gezonden, waarvan hij in september 1950 terugkeerde. Ondanks de gespannen toestand daar, bleven zijn muzikale kwaliteiten niet onopgemerkt en werd hij in Bandung tot dirigent van het kathedraalkoor benoemd. Nog in Indië componeerde hij o.m. een 'magnificat' voor zijn broer Zef, die geestelijke was. Dat werk is helaas verloren gegaan.

Tijdens zijn verblijf  in Indië maakte Gerard Kockelmans kennis met Otto Deden uit Dordrecht, een tijd- en geestgenoot (1924). Evenals Kockelmans zou Deden een bekend componist en dirigent worden. De 'collega's' hebben contacten met elkaar onderhouden toen ze weer in Nederland terug waren. In 1962 is sprake geweest van een concert in Limburg van twee Deden-koren - Mannenkoor Apollo Rotterdam en het Dordrechts Katholiek Kamerkoor - en twee Kockelmans-koren - Geleens Mannenkoor Mignon en kerkkoor St. Jan Evangelist Hoensbroek - maar dat heeft nooit plaats gevonden.  


Als student.

De leraar Gerard Kockelmans
Weer thuis, werd Gerard Kockelmans leraar aan de Stedelijke Muziekschool Maastricht en ging muziektheorie studeren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Door onenigheid met docenten slaagde hij echter niet voor het examen. In september 1952 meldde hij zich aan het Utrechtse conservatorium voor de studies koordirectie en muziektheorie, waarvoor hij in juni 1953 slaagde.
De eerste school waar Gerard Kockelmans muzieklessen ging geven, was de in 1931 gestichte huishoudschool De Graal aan de Houtmanstraat te Geleen. Kockelmans is ook leraar geweest aan de MMS te Kerkrade, de St. Jozef kweekschool (1955 - 1965), het Bisschoppelijk College, de school voor Maatschappelijk Werk en de Muziekschool, alle vier te Sittard.

September 1956 begon Gerard Kockelmans aan het conservatorium in Utrecht de studie schoolmuziek, waarvoor hij in juni 1958 slaagde. Hij gaf al langer les, maar met dit diploma op zak hoopte hij een betere salariëring te bereiken, wat overigens tegenviel. In oktober 1958 trad hij in dienst van het Conservatorium Maastricht als leraar harmonieleer en schoolmuziek.

 

Het gezin Kockelmans
In september 1954 trouwde Gerard Kockelmans de zes jaar jongere Agnes Wijffels uit Brunssum. Zij leerden elkaar in 1950 kennen. Hij was de pianoleraar aan de Muziekschool te Maastricht en zij de studente…  
Agnes was een dochter van mijningenieur F.C.M. Wijffels die voor de KVP minister van Sociale Zaken was in het tweede kabinet Gerbrandy, dat op 23 februari 1945 in Londen geformeerd werd. De heer Wijffels was in 1944, na de bevrijding van Zuid-Nederland, door H.M. Koningin Wilhelmina naar Londen geroepen voor advies. Het gezin Wijffels heeft daar een jaar gewoond. Door Wijffels' inzet kwam nog in 1945 de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) in de steenkolenmijnindustrie tot stand, hoewel hij reeds op 24 juni 1945 aftrad en naar de Staatsmijnen terugkeerde. Het zou nog vijf jaar duren tot in geheel Nederland de Wet op de Bedrijfsorganisatie werd aangenomen.  

Gerard en Agnes vestigden zich eerst op het adres Van Veldekelaan 2 te Geleen en nog binnen het jaar om de hoek, op Frans Erenslaan 72. In 1961 verhuisden zij naar Beek, … Veldekelaan 36. Daar zou Gerard Kockelmans ondanks zijn zeer drukke leven een initiatiefrijk voorzitter worden van de oudervereniging van de St. Catharina Labouréschool, waarvan zijn kinderen leerlingen waren.
In het gezin Kockelmans werden negen kinderen geboren, waarvan er twee bij de geboorte of kort erna overleden. Het was een groot gezin, waarin de vader rust nodig had om zijn componeerwerk te kunnen doen, wat niet gemakkelijk was. Vaak zaten de kinderen met moeder in de keuken, terwijl vader in de huiskamer aan de piano zat. Menige compositie is in de nachtelijke uren tot stand gekomen. Kockelmans was letterlijk altijd met muziek bezig, overdag op de scholen, 's avonds en in de weekends bij de koren en voor de rest met componeren.


De componist Gerard Kockelmans
Essentieel voor Kockelmans was dat uitvoerenden de sfeer en de bedoeling van muziekwerken begrijpen en overbrengen op de toehoorders. “Als componist ben ik in hoofdzaak autodidact. In mijn 'vrije' composities (kamermuziek, orkest, liederen) hanteer ik de laatste tijd uitsluitend seriële technieken. Ik houd in eerste instantie rekening met de functionele en sociale gerichtheid van mijn composities," schreef hij enkele dagen voor zijn dood in een brief aan de Culturele Raad Limburg, toen bekend werd dat hem de Culturele Jongerenprijs 1965 toegekend zou worden. “Ik ben van mening dat muziek voor dilettanten noodzakelijkerwijs gedacht moet worden vanuit een totaal andere conceptie en dat men daarom van een ander muzikaal idioom gebruik moet maken dan de zogenaamde professionele muziek.”

Gerard Kockelmans heeft talrijke composities gemaakt. Heel vaak ontving hij daartoe opdrachten, meestal van koren o.a. Mignon (Petits Sermons, 1959), maar ook van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, het Koninklijk Nederlands Zangersverbond, de Bond van Katholieke Zangverenigingen en de Bond van Nederlandse Muziekgezelschappen. Zijn bekendheid bleef dus duidelijk niet beperkt tot Limburg.

De dirigent Gerard Kockelmans
De volgende koren hebben achtereenvolgens onder zijn leiding gestaan: het Maastrichts Mannenkoor (1951-1958, tot 1954 was hij tweede dirigent), het Geleens Mannenkoor Mignon (1955-1965), de Christelijke Oratoriumvereniging Nieuw Leven te Geleen (1956-1960), het St. Theresiakoor van de Paterskerk te Geleen (1956-1959), het Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia van de Christus Koningparochie te Geleen (1960-1962), de Koninklijke Zangvereeniging Mastreechter Staar (1960, ter vervanging van de zieke Martin Koekelkoren), het kerkkoor van de parochie St. Jan Evangelist te Hoensbroek en het Geleens Kamerkoor. Dit door Piet Kingma opgerichte ensemble was heel bijzonder, omdat het voor het overgrote deel uit solisten bestond: de dames Dineke Adema, Riet Kallen, Jo Paes en Mia Boshouwers en de heren Sybert van Keeken, Pierre Gerits, Bart Kockelkoren en Jan Graus. Het koor is na de dood van Gerard Kockelmans voortgezet door o.a. Peter Eijkenboom onder de naam Limburgs Vocaal Ensemble Cantus Mundi. Nog weer later luidde de naam Cantori Amati. Van 1988 tot 1999 was Will Lenaerts, die al langer als zanger deel uitmaakte van het ensemble, de muzikale leider.
Gerard Kockelmans is echter zijn dirigentenloopbaan begonnen bij Harmonie St. Cecilia 1866 Geleen (1952-1956).

Kockelmans schreef vooral muziek voor amateurs. De koorrepetities maakte hij bewust interessant, waardoor hij bereikte dat de discipline verbeterde. Hij hield bij zijn composities rekening met de kwaliteiten van een koor, zodat zijn werken graag gezongen werden. Het plezier in de muziek moest voorop staan. Van concoursdeelname wilde hij niets weten. Het kwam niet op een enkel nootje aan, maar op de beleving van de muziek. Dat wil echter niet zeggen dat Kockelmans altijd koos voor gemakkelijke werken. Zijn koren werden geroemd om de souplesse waarmee ze zongen en het uitdrukkingsvermogen dat zij ten toon spreidden. Kockelmans ging op zeer vriendschappelijke wijze om met zijn zangers, die een grenzeloos vertrouwen stelden in zijn vakmanschap en zijn persoon en die hem blindelings volgden. Hij wist zijn liefde voor de muziek op de zangers over te brengen.

Een anekdote typeert misschien het beste hoe Kockelmans de muziek beleefde en hoe men zijn benadering in het algemeen bewonderde. Hij was met een koor van de meisjes-kweekschool Sittard in de studio's te Hilversum voor het maken van opnamen. “Men is hier zeer critisch,” bereidde hij zijn leerlingen voor. Hij dirigeerde het ene lied na het andere zonder dat men onderbrak. In de pauze zei hij tegen de meegereisde docenten: “Men neemt ons hier niet au sérieux, ze laten ons maar zingen”. Weinig enthousiast liet hij na de pauze het koor het volgende lied inzetten. Prompt ging het mis. “Wat jammer,” riep de dame die de muziek opnam. “O,” zei Kockelmans, “we zingen het wel opnieuw”. “Maar ja,” zei ze, “ik weet niet of het dan weer zó mooi klinkt als eerst. Begint u enkele maten voor de stop, dan plak ik de delen aan elkaar”. Pas toen besefte Kockelmans hoe de zang gewaardeerd werd.


Grafmonument

Gerard Kockelmans ligt begraven op de begraafplaats in Geleen-Zuid. Op zijn graf staat een zuil met de tekst:                            
GERARD KOCKELMANS DIJNS GELIJCH NE VINDIC NEMMERMEER (in rondschrift) 1925 -1965

Deze tekst heeft zijn weduwe gevonden in 'Het Gruuthuse Handschrift' een bundel met geschriften in de Middelnederlandse taal. De betekenis van het grafschrift luidt: “Jouw gelijke vind ik nimmermeer”.  

Op de grafzuil is een beeldje geplaatst voorstellende een engel met gebroken vleugels, symbool voor het afgebroken spel van Gerard. Het monument is in 1968 gemaakt door de bekende beeldend kunstenaar Arthur Spronken uit Geverik, die een vriend van Gerard Kockelmans was. Mignon heeft aan Agnes Kockelmans een bijdrage voor het grafmonument geschonken.


Herdenkingsconcerten

De uitreiking van de Jongerenprijs 1965 van de Culturele Raad Limburg (Nederlands en Belgisch) tijdens de Groot-Limburgse Dag op 2 oktober van dat jaar, had een feest moeten zijn, maar werd de eerste herdenking van de nog geen vier weken eerder overleden componist. Mevrouw Kockelmans heeft deze avond niet bijgewoond. Zij heeft de prijs later op het gouvernement in ontvangst genomen.    

Toen op 15 en 16 oktober 1966 de Zangersdagen van het Gewest Limburg van het KNZV in Geleen werden gehouden - Mignon bestond veertig jaar -  zou het programma van het openingsconcert door Mignon op 14 oktober geheel in het teken van Gerard Kockelmans staan. Dit concert kon niet doorgaan en werd verschoven naar 17 november. Helaas heeft ook dit concert niet kunnen plaatsvinden, omdat de prijs die het Harmonieorkest Staatsmijnen/DSM voor zijn medewerking vroeg, te hoog was, tweeduizend gulden.  

Vier jaar later, op 3 november 1970, brachten het Geleens Mannenkoor Mignon o.l.v. Mathieu Meijs en met begeleiding van het Limburgs Symphonie Orkest, het Heerder Mannenkoor o.l.v. Paul Gerritz en het Limburgs Saxofoon Kwartet een postume hulde aan de overleden componist/dirigent. Centraal stonden de werken 'Petits Sermons' en 'Music Hall'.

In 1990, toen het vijfentwintig jaar geleden was dat Kockelmans overleed, gaven vier koren die alle onder leiding stonden van Pierre Gerits, op 31 maart een herdenkingsconcert in de Stadsschouwburg Sittard. Het waren de koren Mannenkoor Polyhymnia, Heerlen, Venray's Mannenkoor, Gemengd Koor St. Caecilia, Hulsberg en Zangvereniging Oranje, Schinveld, onder begeleiding van het harmonieorkest van het Maastrichts Conservatorium en de pianisten Jo Huijts en Gerald Wijnen. Solisten waren Ans Humblet, Cécile Schouten en Hans Scheyen.

Kockelmansflat
In 1966 kregen drie flatgebouwen in Geleen-Zuid namen van belangrijke Nederlandse componisten, te weten Jan Pietersz. Sweelinck, Henk Badings en Gerard Kockelmans (1925-1965). De toenmalige Culturele Commissie, waarvan de vrouw van Mignonsecretaris Louis Silverentand - mevrouw A. Silverentand-Fliek, gemeenteraadslid - deel uitmaakte, had op de vernoeming naar Kockelmans aangedrongen

Sweelinck en Badings zijn landelijk zeer bekende componisten, en er zijn in meerdere steden straten naar hen vernoemd. Gerard Kockelmans daarentegen is landelijk minder bekend, maar hij heeft toch grote verdiensten gehad door zijn vernieuwende composities. Het zou goed zijn als de naam van de veel te vroeg gestorven Gerard Kockelmans in Geleen bleef voortbestaan.
In 2003 zijn de Badingsflat en de Sweelinckflat gesloopt en ook de Kockelmansflat is geen lang leven meer beschoren. Op de vrijkomende grond zullen twee nieuwe flatgebouwen verrijzen, en de bedoeling is dat die weer de namen van Sweelinck en Badings zullen krijgen. De conclusie hieruit is dat de naam van Kockelmans dan voor Geleen verloren gaat. Dat uitgerekend Gerard Kockelmans, een musicus en componist die de meeste jaren van zijn veel te korte leven in Geleen gewoond en gewerkt heeft, en die geduren-de tien jaar dirigent is geweest van het Geleens Mannenkoor Mignon, niet meer vernoemd zal worden, vind ik onacceptabel Laat dan maar liever Sweelinck of Badings achterwege.

Die gedachte zat mij al lang niet lekker, en toen een paar maanden geleden in de krant een artikel stond over de adviescommissie straatnaamgeving en haar voorzitter de heer E. Siebers, vond ik het tijd worden mijn ongerustheid kenbaar te maken. Gelukkig vond ik bij de heer Siebers gehoor en liet hij mij weten dat mijn bezwaar tegen het verdwijnen van de naam Kockelmans serieus geno-men zou worden. In overleg met de voorzitter en de penningmeester van Mignon heb ik de heer Siebers een exemplaar van het boek '75 Jaar Mignon in een eeuw Geleense mannenkoorzang' aangeboden en hem gewezen op het hoofdstuk dat daarin aan Gerard Kockelmans is gewijd.

In een brief liet de heer Siebers mij weten dat mijn suggestie t.a.v. het handhaven van de straat-naamgeving Kockelmansflat of Kockelmans-straat door de adviescommissie zeker in overweging wordt genomen.

Ik heb nu een goed vertrouwen in de goede afloop, te meer daar de heer Siebers mij het adres vroeg van de weduwe mevrouw A. Kockelmans-Wijffels, om met haar in contact te komen. Dat heeft hij inmiddels gedaan, en mevrouw Kockel-mans heeft de heer Siebers er op geattendeerd dat altijd een fout heeft gestaan op het straat-naambord. De voorletters van Kockelmans zijn namelijk niet G.L.H., maar G.I.H., Gerardus Ignatius Hubertus. Hopelijk komt het nu zover dat deze fout hersteld wordt, en dat de naam Kockelmans in (Sittard)-Geleen in ere wordt gehouden.

Hans Korevaar


Bronnen:
Feestgids Fanfare St. Augustinus 40 jaar, 1937
Het Nederlands Zangersblad, diverse nummers, 1965
Feestgids 110 jaar Harmonie St Cecilia 1866, 1976
Feestgids t.g.v. het 40-jarig bestaan van de MAVO St. Jan, 1978
50 Jaar scholen aan de Kastanjelaan, 1979
Music-Hall, door Margriet Ehlen en Willem Sinninghe Damsté, augustus 1983
Gerard Kockelmans, dirigent Geleens Mannenkoor Mignon 1955 - 1965, door J.G.M. Cellissen, september 1983
De mijnsluiting in Limburg, door Dr. F.A.M. Messing, 1988
Veertig jaar kerkzang Kluis Geleen, door Jan Segeren en Wim Cobben, 1990
Toonkunstkoor Geleen 50 jaar, 1990  
Krantenrecensies en gesprekken met mevrouw A. Kockelmans-Wijffels, mevrouw H.G.T. Penris-Kockelmans, de heer W.H.A. Kockelmans, de heer Pierre Moonen en de heer Pierre Gerits